De wekker ging op een uur dat je eigenlijk alleen ziet als je per ongeluk wakker of zoals in dit geval voor de luchthaven. Jan en ik werden netjes opgepikt door taxi José, en nog half slapend zaten we richting luchthaven. Alles ging eigenlijk vlot: check-in, security, nog een koffietje… en met nog anderhalf uur te gaan konden we echt alles op ’t gemakske doen.
Vlucht om 10:15. Brussels Airlines. Ik was gezegend. Plekje aan het raam én niemand naast mij. 🥳 Zo’n moment dat je denkt: als dit een voorteken is, dan wordt dit een topreis.
Omdat het maar twee uur tijdsverschil is én het een dagvlucht is, besloot ik om wakker te blijven. Dan kom je ’s avonds aan en kun je meteen slapen. Dus ja: filmpjes kijken, wat muziek, wat lezen, beetje rondkijken en keer Jan opzoeken. Natuurlijk toen hij het hoorde van mijn vrije plek was ik die ook kwijt. Ma bon, samen pintje drinken nog wat babbelen en de tijd ging vlot.
Na ongeveer 8 uur vliegen kwamen we aan in Kigali voor een tussenlanding. En dat was ook zo’n typisch moment: je landt, je denkt “we zijn er bijna”, maar nee — eerst nog even stilstaan terwijl ze het vliegtuig beginnen kuisen met ons erin. Nieuwe mensen stappen op, voor hun vlucht richting Brussel. Daarna nog 45 minuutjes vliegen en hop: Entebbe.
Daar stonden Pieter en de gidsen ons al op te wachten. Direct een warm welkom, precies alsof we elkaar al langer kenden. Kort ritje richting hotel, nog een briefing (want ja: morgen begint het echte werk), pintje, wat snacks… en dan was het vooral, tijd voor bed.
Om 8:30 werden we verwacht aan de ontbijttafel. Direct werden we beloond met een mooi uitzicht en zo’n “we zijn echt in Oeganda”-gevoel zit je daar dan. De dag begon rustig: een korte wandeling in Entebbe. Even door lokale marktjes kuieren met wat uitleg van Pieter, een misviering binnenwandelen (altijd speciaal om dat in een andere cultuur mee te pikken), en ook een heilige boom zien.
Iets voor de middag: auto in richting Kampala. We kwamen toe in een mooi hotel met uitzicht op het Victoriameer. Leuk weetje dat ik toen te horen kreeg: het meer is bijna zo groot als België en Nederland samen. Dat is niet meer “een meer”.
Na een korte lunch: eindelijk het moment waar we eigenlijk voor kwamen. Koerskleren aan, fietsen testen, en dan alles inladen op onze bootjes. Het boottochtje met de fietsen op, ja dat bouwde toch wel wat spanning op maar ook een gelukzalig gevoel: je zit daar met je fiets, je denkt “dit is het leven”.
En dan… direct klimmen. Geen opwarmertje: gewoon bam omhoog. En toen kwam de regen ook eens piepen. Een stortbui van een half uurtje en dat droge terrein werd plots een stuk technischer en lastiger. Maar eerlijk: dat maakte het juist geestig.
Pieter had aan die eerste klim al snel een schifting gemaakt zodat iedereen in een groep zat waar het tempo klopt. Slim, want dat maakt zo’n trip plezant voor iedereen: de beteren kunnen zich uitleven, de genieters kunnen genieten, en niemand rijdt constant op de limiet.
Door die natte ondergrond werden we natuurlijk allemaal ingepakt in een laag modder. En amaai, wat voor laag. Het voordeel: zonnecrème was compleet nutteloos. De zon kon mijn huid letterlijk niet meer raken. 😅
Met 44 km in de benen reden we bij zonsondergang terug het hotel binnen. Daarna douche… en die douche zag eruit alsof ik er iemand had vermoord met rode klei. Echt: een bloedbad. Maar daarna: proper mens, lekker eten (viscurry met rijst — Britse en Indische invloeden, koloniale geschiedenis enzo), en dan nog wat nakaarten met Jan, Vlado en Bram. Zo’n avonden waar ge denkt: ja, dit is het.
Vandaag stonden we iets vroeger aan de ontbijttafel, want het was tijd voor een lange rit. Om 8 uur zaten we al te eten in fietsoutfit. En ik moet het zeggen: die ananas daar… man man, dat smaakt alsof wij thuis alleen maar namaakfruit eten. En avocado’s zo groot als mijn hand. Ze hadden zelfs een soort guacamole spread voor op de wentelteefjes. Klinkt fout, smaakt goed.
Om 9 uur — of 9:15 (Oeganda-time bestaat) — terug bootje op richting een nieuw startpunt. Dat tochtje duurde een half uurtje en we spotten meteen al een pelikaan en enkele arenden. En ja, ik ga nog vaak vogels blijven vernoemen, sorry not sorry. Oeganda heeft meer vogelsoorten dan heel Europa, dus het onmogelijk deze te negeren.
Maar bon: we waren hier om te fietsen. En fietsen hebben we gedaan. Net geen 80 km, iets meer dan 1000 hoogtemeters, en de zon die goed aan het geven was. De beentjes waren schoon gemarineerd. Maar wát een rit. Singletracks, kleine dorpjes, kinderen die roepen en meelopen, high fives, gelach… En onderweg een Rolex binnensteken (chapati met roerei — rolled eggs = Rolex). Simpel eten, maar zo smaakvol.
Wat ik echt top vind aan deze organisatie: het kan allemaal. Ik vind het plezant om af en toe “met de pedalen te spelen”, wat harder te rijden, wat te pushen. Maar tegelijk: wie rustig wil toeren, foto’s wil nemen, aan koffieplantages wil stoppen, een ananastruck wil doen stoppen voor een stukje fruit… dat kan hier ook gewoon. Alles klopt. Ze verdelen gewoon de groepen in de niveaus en je kan elk op je eigen manier genieten.
We waren vandaag ook vroeger terug, waardoor we nog een uur of twee aan het zwembad konden hangen en gewoon genieten van het uitzicht. ’s Avonds keuze uit drie gerechten: frietjes met stoofvlees, vegetarische curry of kip champignons. Ik ging voor de curry (heerlijk), maar naar ’t schijnt waren de anderen ook dik in orde.
En dan… nakaarten met een pintje. Dat nakaarten werd ook een “langere rit”. 😅 Met Vlado, Bram, Miguel en Flo was het veel te gezellig. En ergens rond het moment dat je denkt “we zouden eigenlijk moeten slapen”, komt die klassieke gedachte: ma bon, morgen is toch transfer, we kunnen rusten in de bus.
Vroeg opstaan met kleine oogjes, maar eigenlijk geen last, en snel terug mijn energie gevonden. Goed ontbijtje, rekening van de pintjes betalen en hop, busje in voor een rit van 7 à 8 uur.
De wegen in Oeganda da’s toch iets apart. Het is zo’n mix van “wegen” en “niet-wegen” dat België er plots uitziet als Zwitserland qua infrastructuur. Serieus. Hier leer je pas wat putten zijn. Voormiddag was vooral: dutje doen, rondkijken en genieten van het landschap dat constant verandert.
Na de lunch begon deel twee van de rit en die was eigenlijk het schoonst: theeplantages, jungle vibes, alles groener, alles wilder. En toen: met een gelukje. We zagen twee bavianen langs de kant van de weg. Bij het stoppen merkten we op dat er mogelijk ook chimpansees in de buurt zaten… en ja hoor: na een kleine avontuurlijke klim over de berm konden we vanop afstand chimpansees zien zitten in de bomen.
Iets waar je normaal honderden euro’s voor betaalt (met trackers en begeleiding en alles) kregen wij gewoon cadeau. Belangrijke side note: vanop afstand, veilig, zoals het hoort. Dichtbij gaan zonder begeleiding is verboden.
In de late namiddag kwamen we toe aan onze lodge, prachtig gelegen aan een kratermeer en beheerd door Oegandezen. Dat voelde direct goed: warm, lokaal, charmant. Na het settelen nog een wandeling van 5 km rond het kratermeer. Prachtige views, verschillende soorten apen spotten, en relaxen. Een perfecte afsluiter voor deze dag.
Opstaan en ontbijten met een uitzicht waar je stil van wordt. Vandaag 50 km met net geen 1000 hm. Pittig dagje dus. Niet “even uitbollen”. Maar het zo waard!
We reden richting Rift Valley en passeerden opnieuw kratermeren. Bijna constant hadden we de Rwenzori Mountains in beeld. Een pracht van een decor die je normaal in een documentaire ziet, en nu zit je daar zelf te trappen.
Veel leuke singletracks, een paar technische afdalingen, veel plezier… en natuurlijk: regen. Op het moment dat je denkt “amai, het loopt vlot vandaag”, valt de regen uit de lucht, eventjes hebben we proberen schuilen onder de bananenbomen en hun grote bladeren maar het had niet veel dus doorrijden naar farmer David.
Aangekomen bij farmer David was het tijd voor een interessante stop, kijken hoe de mensen daar aan landbouw doen. Die man beheert zijn boerderij met zoveel kennis en creativiteit. Melkkoeien, vleeskoeien, kippen, honingbijen, ananas, bananen, groenten… en dan het strafste: een biogasinstallatie die hij zelf gebouwd heeft en die draait op koeienmest. Daarmee koken ze elke dag op gas. En de mest die na het proces overblijft? Die gebruiken ze als bemesting voor de bananen. Cirkel rond. Slimmer dan veel systemen bij ons.
We kregen ook uitleg over hun avondritueel en huwelijksgewoonten, en sloten af met een traditionele proeverij van melk.
Tijd voor de koninginnenrit voor onze groep. 86 km en 1850 hm. Een dag om jezelf tegen te komen. En ja, ik ben mezelf tegengekomen. Meerdere keren. Soms al vloekend. Soms lachend. Soms gewoon zwijgen en afzien, heerlijk!
Het begin ging richting Rift Valley met een technische afdaling van 4 km aan gemiddeld 10,6%. Voor mountainbikers is dat natte droommateriaal. Daarna een prachtige col waar je constant die Rwenzori’s in beeld hebt.
In deel twee kwamen we op het normale parcours van de reis, en dat bleef pittig. 48 km met 1000 hm, en vooral steile klimmetjes van een paar honderd meter tot een halve kilometer die je hartslag ineens in de ruimte lanceren. Maar dan heb je weer de kindjes die komen afgelopen en je toejuichen alsof je de finale van de Tour rijdt. Een zalig gevoel om dat mee te maken.
Eenmaal aangekomen in de lodge moest ik wel even op mijn effen komen in het zetelke met een schoon uitzicht en een colatje, kan slechter. De lodge zelf is ongelooflijk: aan de rand van de jungle, prachtig uitzicht, grote hutten… en ik heb me een halfuurtje laten masseren om de boel terug wat los te krijgen. Daarna eten, en slapen met natuurgeluiden op de achtergrond.
Vandaag: keuze. Chimpansees (voor wie vooraf 250 euro had betaald) of alternatief programma: swampwalk. Ik koos — samen met Jan — voor de swampwalk. Of dat de beste keuze was… tja. De groep die naar de chimpansees ging heeft ze gezien. Niet “in de verte”. Nee: ze stonden er letterlijk tussen. Dat is voor hen een ervaring voor het leven. Maar bon, onze swampwalk was ook top. Met de boda’s (lokale brommers) naar het startpunt en onderweg even stoppen om lokale bavianen “gedag” te zeggen. Bende boefjes zijn dat. Daarna wandelen door de swamp: massa’s vogelsoorten en 7 van de 8 apensoorten die in die jungle aanwezig zijn. En als kers op de taart: tussen een troep bavianen wandelen. Best uniek. Best raar ook. Maar uniek. Na de wandeling kwamen we samen met de rest van de groep voor lunch bij Brigit. Die lunch gebeurde aan een gigantische ronde draaitafel (zoals bij de Chinees, maar dan groter). En ja: aan Brigit zit zeker een vijs los. Maar dat is net het geweldige eraan. Die vrouw straalt zo’n geluk uit, zo’n energie, en ze doet zo hard haar best om iedereen blij te maken dat je daar vanzelf vrolijk van wordt. En ze slaagde daar ook gewoon in: lekker eten, goeie sfeer, lachen. Daarna: de Banana Man. Een man die zijn eigen bananenbier en bananengin maakt. “Everyday is bananas.” En je voelt dat hij dat meent. Met misschien een tikkeltje té veel passie voor zijn eigen product, maar kijk: je moet het meemaken om het te snappen. Later terug naar de lodge, wat rusten, iets eten… en dan nog een stapje zetten naar Fort Portal om eens “uitgaan in Afrika” te ervaren. Onze gidsen hadden een bus geregeld om naar de stad te gaan en de sfeer zat er direct in: pvo’tjes, gezang, gelach… en eenmaal aangekomen: veel dansen. Echt een topavond.
Na een korte nacht was het weer tijd voor de fiets: een geestig ritje van 45 km. Vlot, glooiend terrein, mooie uitzichten, toffe afdalingen… . Bij aankomst: lunch en douche, en dan de transfer (ongeveer 1u30) richting Queen Elizabeth National Park, over de evenaar. Dat voelt altijd toeristisch, maar bon: je bent daar toch, dus ja. Fototjes nemen.
Daar aangekomen: bootsafari op het Kazinga Channel (een 32km lang natuurlijke kanaal dat Lake Edward en Lake George met elkaar verbindt) Op die boot: nijlpaarden, krokodillen, monitor lizards… maar vooral de vogels die de show stelen. Kingfishers, ibissen, visarenden… één groot vogelbuffet.
We zagen geen olifanten drinken aan het water (spijtig), maar later op de weg naar de lodge: wél olifant gespot. En niet gewoon “in de verte”. Nee, die stond in een gracht naast de weg, besloot uit de gracht te stappen op de baan en stond uiteindelijk op 10 à 15 meter van ons busje. Prachtig!
De lodge waar we gingen glampen was next level. ’s Avonds en ’s nachts word je begeleid naar je tent of naar het toilet, omdat nijlpaarden of olifanten soms komen grazen tussen de tenten. Wij hebben ze niet echt “op bezoek” gehad, maar alleen de geluiden al gaven zo’n gevoel van nabijheid. Slapen ging verrassend goed, want morgen: safari om 5:30 opstaan.
Safari time 🥳 Mijn allereerste jeepsafari in Afrika. Spannend! Om 5:30 ging de wekker, snel wassen, ontbijt binnen, want 6u20 moesten we in de jeeps zitten. Alleen… er waren geen jeeps. Mechanische problemen. 45 minuten vertraging en je voelde in de groep al een lichte paniek: het is belangrijk om voor zonsopgang in het park te zijn. Er zaten ook doorwinterde safarimensen bij ons en die dachten al: “oei, de grote katten gaan we niet zien.”
Maar niets was minder waar. Deze safari was een knaller.
We rijden het park binnen en bijna meteen: olifanten aan de rand van de weg. Wat een machtige dieren. Niet veel verder: drie hyena’s op jacht (verrekijker nodig, maar toch, je ziet het gebeuren). En dan één van de absolute hoogtepunten: twee leeuwen met twee welpjes, chillend naast hun net gedode buffel. Dat van dichtbij zien is… onbeschrijfelijk.
En het bleef maar komen: nog leeuwen, pumba’s, buffels, waterbokken, kob, nijlpaarden… en net voor we terug naar de uitgang gingen, rond 11:30: een luipaard. 4 van de 5 big five op één rit, en wetende dat de neushoorn niet in dit park zit: dat is eigenlijk gewoon “vol huis”.
Na de safari was het tijd voor de lunch en nakaarten, en dan transfer naar Lake Mburo National Park, onze laatste lodge. En amaai: die lodge lag op een rots en gaf direct dat “waauw” gevoel. Zwembad voor de chillers, voetbal tegen het hotelpersoneel voor de actievelingen. Ik koos voetbal — en dat was inderdaad een unieke ervaring. Oneffen veld op een helling, bal te hard opgeblazen omdat hij druk verliest, en toch: dat enthousiasme van die gasten… ze spelen elke dag. De match eindigde op 0-0 na 70minuten aan een stuk te spelen. Maar kleine goalkes hadden daar ook wel hun deel in.
Mountainbike safari dag. Dit was één van de redenen waarom ik deze reis wou doen. Fietsen tussen wilde dieren, zonder hekken, zonder jeep, gewoon… jij en de natuur. In Lake Mburo zitten geen leeuwen, daarom kan dat. Maar: er zijn wel nijlpaarden, luipaarden en buffels, dus “geen leeuwen” betekent niet “geen gevaar”. Daarom reden er twee gewapende rangers mee op de fiets. Topkerels.
Vanaf het begin reden we door troepen zebra’s, impala’s, waterbokken en buffels. Onrealistisch. Maar het hoogtepunt — en voor mij misschien het mooiste moment van de hele reis — waren de giraffen.
We reden naar een grote groep van 40 à 50 giraffen en die lieten ons rustig dichtbij komen. Te voet. Met de fiets. Op 5 meter. En dan sta je daar en besef je: dit is in het wild, dit is echt, dit is niet in een zoo.
Na die safari reden we nog verder om aan ongeveer 35 km uit te komen. En toen kwam… de weddenschap. Er was een weddenschap tussen gidsen Junior en Eric. Op een segment van 500m aan 9% moest beslist worden wie de baas was. Vorig jaar had Eric gewonnen maar er was discussie: “Eric had een betere/lichtere fiets.” Dit jaar: gelijke wapens. Allebei op een huurfiets.
Je voelde heel de reis al dat Junior gebrand was op revanche. Met wat tips van ons (niet te vroeg aanvallen, Eric tempo laten maken en op het juiste moment aangaan) deed hij het perfect. Junior won met grote voorsprong. Eric beweerde platte band of leegloper (classic). Junior, gesterkt, aanvaardde rematch. Spannend.
Wij lunchten ondertussen lekker en daarna kon je kiezen: nog een klein fietstochtje of relaxen. Ik koos voor zwembad, want ik had me ingeschreven voor de nachtsafari.
Om 17:45 was het tijd voor de rematch. En opnieuw: Junior won opnieuw.
Nacht safari: we hebben niet superveel gespot en geen luipaard in actie, maar die sterrenhemel… amaai. De Melkweg was goed zichtbaar. Terug naar de lodge en dan: “laatste drankje”. Dat laatste drankje werd opnieuw een feestje, “omdat Miguel jarig was”. Spoiler: dat was niet waar. Maar bon, elke reden is een reden. Met een mini speaker hebben we er een knaller van gemaakt. Feestje tot 4 uur. 😅 En ergens in mijn achterhoofd zat nog die afspraak met Miguel, Rapha en Jessica: morgenochtend gaan lopen.
Drie uur na het feestje ging de wekker. Niet feestelijk. Maar we stonden op. En we gingen lopen. Met ons vieren, rustig 5 km over glooiend terrein. En dat was eigenlijk zalig: zebra’s spotten, typische koeien, bavianen… en jammer genoeg beseffen: dit is de laatste ochtend.
Aan het ontbijt bleek dat iedereen die het feestje gemist had nog dacht dat Miguel écht jarig was. 😅 Dus hij kreeg nog felicitaties ook. Miguel als sociale winnaar, zonder verjaardag.
Om 10 uur vertrokken we richting Entebbe. Onderweg nog een lunchstopke aan de evenaar — toeristisch momentje en wat souvenirtjes kopen. In Entebbe hadden we nog een uur of vijf ontspanning in onze eerste lodge: douchen, spelletjes spelen, napraten, eten… en dan afsluiten met speeches en bedankingen.
Je merkte dat voor iedereen onze gidsen waren niet “de gidsen”. Dat waren gewoon… mensen van de groep geworden. Ze hebben ons niet alleen begeleid, ze hebben mee geleefd, mee gelachen, mee gefietst.
Ik kan alleen zeggen: ik ga deze reis voor altijd meedragen. Ik ben dankbaar voor 17 prachtige mensen, 6 topgidsen, en een land dat mij echt geraakt heeft.
Ik draag voor altijd een stukje van Oeganda mee. En ik kom terug. Zeker!